Ons telefoon: (070) 38 62 535 Ons e-mailadres: info@care4neo.nl

Complicaties

Complicaties

Je kindje kan op een neonatologie afdeling te maken krijgen met verschillende complicaties. Hieronder kan je lezen wat de meest voorkomende complicaties inhouden.

Pijn en pijnbestrijding

Pijnverwerking

Pasgeboren kinderen ervaren waarschijnlijk wel pijn maar kunnen hier nog niet mee omgaan. Dat is tenminste de algemene opvatting, maar niet iedereen is het hiermee eens. Sommige wetenschappers denken dat de pijnprikkels niet doordringen tot in de hersenschors en als ze daar al aankomen, is de hersenschors waarschijnlijk nog niet rijp genoeg om pijn te ervaren. Verder denken wetenschappers dat kleine prematuren zich daardoor niet bewust zijn van pijn tot ongeveer de 29-30e zwangerschapsweek. Maar in het algemeen wordt er rekening mee gehouden dat ook heel kleine kinderen wèl pijn ervaren, doordat je reacties ziet van het kind in de ademhaling, hartfrequentie, bloeddruk en de stresshormoonspiegel. Het idee van wetenschappers is dat alle pijnprikkels even heftig binnenkomen en het kindje ze niet kan reguleren. Daardoor is de reactie op een pijnprikkel niet altijd in relatie tot de hoeveelheid pijn. Dit komt ook omdat het zenuwstelsel nog niet volgroeid is. Baby’s zouden alle vormen van pijn als zeer hevig kunnen ervaren.

Pijn bij een baby kun je bijvoorbeeld herkennen aan een frons boven de wenkbrauwen en/of samengeknepen oogjes, maar ook aan de ademhaling, hartfrequentie, (beide goed te zien als het kind aan de monitor ligt), de bloeddruk en stresshormoonspiegel. Chronische pijn is lastiger te herkennen, maar artsen, verpleegkundigen en ouders moeten er alert op zijn. Let goed op de reacties van je kind en interpreteer ze!

Pijn kan ook bij deze kleine baby’s bestreden worden door troosten, het geven van sucrose of borstvoeding maar ook door medicijnen zoals paracetamol of morfine. Bij meerdere pijnlijke ingrepen op één dag is het weer minder goed om het kind borstvoeding te geven tijdens de pijnlijke handeling, omdat het kind dan misschien voeding met pijn gaat associëren.

Spijsvertering

Onrijp

Bij een kind dat te vroeg wordt geboren, is ook het spijsverteringskanaal nog onrijp. In de baarmoeder krijgt het kind zijn voeding immers nog via de navelstreng en placenta? Het enige dat een kind in de baarmoeder doet, is af en toe een slokje nemen van het vruchtwater, dat hij dan later weer uitplast. Als een kind te vroeg geboren wordt, moet het spijsverteringsstelsel versneld rijpen. Een extreem te vroeg geboren baby krijgt in eerste instantie een infuus en hele kleine beetjes voeding via een sonde, alleen al om de maag en darmen te laten wennen aan voedsel. Bij voorkeur is dit natuurlijk moedermelk!

Mogelijke complicaties

Necrotiserende EnteroColitis (NEC)

NEC is een zeer ernstige vorm van darminfectie. De darm is dan heel kwetsbaar en kan over een groot stuk ontstoken raken. In ernstige gevallen kan een stuk darm verloren gaan of er kan buikvliesontsteking optreden. Soms is de infectie zeer ernstig en zal het kind overlijden. Vaak wordt er operatief ingegrepen en wordt het aangetaste deel van de darm verwijderd. De baby krijgt dan (meestal tijdelijk) een stoma.

In lichtere gevallen kunnen er andere maatrege­len worden genomen, zoals stoppen met voeding en antibiotica. Het kind krijgt dan meestal een infuus.

Longen

Ontplooien

In de baarmoeder hebben de longen nog geen functie, en de longen moeten zich direct na de geboorte dus ontplooien (als een ballon die opgeblazen wordt). Dit proces duurt soms 5-10 minuten en het is dus volkomen normaal dat premature kinderen vlak na de geboorte blauw zien en/of moeite hebben met de ademhaling. Als de moeder al voor de bevalling opgenomen is en de bevalling zich aandient, krijgt ze longrijpingsmedicijnen (corticosteroïden) met een injectie. Die moeten dan wel tijd hebben gehad om in te werken – tenminste 12 uur, maar liever 24 uur en die prik wordt liefst ook nog een keer herhaald. Maar ondanks de longrijping is er een kans dat het kindje hulp nodig heeft bij de ademhaling na de geboorte, waarbij ook nog de duur van de zwangerschap een rol speelt.

Mogelijke complicaties

Lage saturatie

De hoeveelheid zuurstof in het bloed – nodig om organen van zuurstof te voorzien – heet saturatie. Als die te laag is, voelt een kind zich niet prettig en het is natuurlijk ook ongezond. Een kind ademt met zijn longen (dat wordt met de monitor bewaakt) maar het bloed moet de zuurstof uit de longen opnemen en naar de organen vervoeren. Zolang het kind nog in de baarmoeder zit, is de saturatie slechts rond de 50%, na de geboorte stijgt dat langzaam tot ongeveer 90%. Is de saturatie lager, dan zal de zuurstof hoger worden gezet. Dat moet langzaam gebeuren, omdat een teveel aan zuurstof nadelig kan werken op de organenen de zuurstof moet de tijd hebben om de saturatiemeter (meestal een lampje aan een voetje) te bereiken.

Apneu

Apneu is een medische term, waarmee een ademstilstand wordt aangeduid. Ademhalen is iets wat een mens ‘automatisch’ doet, je hoeft er niet over na te denken Een foetus in de baarmoeder hoeft niet te ademen, en het gedeelte van de hersenen dat de ademhaling aanstuurt (het ademhalingscentrum) is nog niet volledig uitgerijpt. Heel kleine prematuren zullen dus vaker apneus krijgen dan kinderen die later in de zwangerschap zijn geboren. Naarmate het kind ouder wordt, zal het meestal ook beter gaan.
Als een kind een apneu heeft, kan de zuurstofconcentratie in het bloed dalen, waardoor de huid wat blauwig wordt (cyanose). Bovendien kan een apneu die langer duurt, een bradycardie tot gevolg (een lage hartslag) hebben. Meestal is een aanraking of een zacht tikje voldoende om hem eraan te herinneren dat hij moet ademen. Er zijn ook medicijnen die kunnen helpen. Als het ernstig is moet het kind aan de beademing of krijgt (meer) ademondersteuning.

BPD

BPD is een chronische ontsteking van de longen die ontstaat door een combinatie van verschillende factoren. Meestal zijn de kinderen erg vroeg geboren (na een zwangerschap korter dan 28 weken), hebben aan de kunstmatige beademing gelegen en een infectie gehad rondom of na de geboorte. Ze liggen vaak lang aan de beademing en hebben daarna lang CPAP nodig met veel zuurstof. De diagnose BPD kan pas definitief gesteld worden als de kinderen nog zuurstof nodig hebben als ze 36 weken zijn (er wordt nog steeds geteld in zwangerschapsweken!). Ook na die tijd hebben de kinderen nog veel luchtwegklachten: ze zijn vaak benauwd. De meeste kinderen groeien in de loop van hun eerste levensjaren langzaam over dit probleem.

RDS

Hoe korter de zwangerschap is geweest, hoe groter de kans op onrijpheid van de longen. Daardoor kan een kind RDS (Respiratoir Distress Syndroom, ofwel hyaliene-membranenziekte) krijgen. Het belangrijkste kenmerk van RDS is een tekort aan surfactant, een stof die de longen soepel houdt en zorgt dat er lucht in de longblaasjes achterblijft aan het einde van de uitademing. Bij een tekort aan surfactant hebben de longen de neiging om dicht te klappen en worden minder soepel. De ademhaling versnelt en kost meer inspanning. Gevolg is dat er te weinig zuurstof in het bloed komt en er een ophoping van koolzuur plaatsvindt. CPAP kan helpen, maar de helft van de kinderen met RDS moet kunstmatig beademd worden. Via het buisje in de luchtpijp kan dan surfactant als medicijn worden toegediend.

Meestal komt de eigen surfactantproductie rond de derde levensdag op gang en herstelt de longconditie zich zodanig, dat overgegaan kan worden op niet-invasieve CPAP. Bij sommige kinderen loopt dit herstel vertraagd en kan de beademing niet afgebouwd en/of gestopt worden. Deze kinderen hebben een verhoogd risico op langdurige longproblemen, ook wel bronchopulmonale dysplasie (BPD) genoemd.

Klaplong

Soms krijgt een pasgeborene een klaplong (pneumothorax). Dit is niet alleen bij prematuren zo, maar kan voorkomen bij voldragen kinderen en je ziet het relatief vaker bij overdragen kinderen. Vaak vlak na de geboorte. De klaplong ontstaat dan tijdens de eerste ademhalingen, waarbij de vloeistof die zich voor de geboorte in de luchtwegen en de longblaasjes bevindt, wordt vervangen door lucht. Ook meconium (eerste ontlasting) in het vruchtwater kan een oorzaak hiervan zijn.
Daarnaast kan een prematuur geboren kind door (I)RDS, een tekort aan (natuurlijke) surfactant, een klaplong krijgen. Surfactant is een stof die moet helpen de longetjes open te houden. In dit geval is het vaak mede het gevolg van ondersteuning bij de ademhaling, waarbij de tere longetjes de grotere druk niet aankunnen, en er longblaasjes kunnen knappen. De long kan dan dichtklappen en er kan lucht in de borstkas komen. Het kindje komt in ernstige problemen. De lucht moet dan worden weggezogen met een slangetje (thoraxdrain) en je kindje zal morfine krijgen omdat het een pijnlijke behandeling is.

Dexamethason versus hydrocortison

Om een kind te helpen van de invasieve beademing af te komen, worden medicijnen gebruikt: corticosteroïden (net als de longrijpingsprikken die de moeder krijgt voor de geboorte). Meestal wordt hier dexamethason of hydrocortison voor gebruikt. Er zijn aanwijzingen dat Dexamethason negatieve gevolgen heeft op het latere leven van het kind op allerlei gebieden. Op dit moment wordt een groot onderzoek gedaan in Nederland en België om de twee medicijnen goed met elkaar te vergelijken.

Hart

Hartje

Het hartje van je kind klopte al tijdens de zwangerschap: je hebt het vast wel eens gehoord en in ieder geval luisterde de verloskundige regelmatig. Er was dus ook al een bloedsomloop, en het hart pompte toen ook al het bloed rond om zo de organen – die nog in aanleg waren – van zuurstof en voeding te voorzien. Alles wat daarvoor nodig was, werd aangevoerd via de placenta en navelstreng. Maar na de geboorte wordt het dus allemaal anders…

Mogelijke complicaties

Brady’s

Een brady, of bradycardie, is het wegzakken van de hartslag. Dat kan meerdere oorzaken hebben, maar bij een prematuur geboren kind is een voorafgaande apneu meestal de oorzaak: het hart krijgt te weinig zuurstof om zijn werk goed te kunnen doen. Als het kind weer gaat ademen, pakt het hartje zijn taak ook weer op, maar daar is wel hulp bij nodig. Natuurlijk moet de situatie niet te lang duren, want de organen moeten voortdurend verse zuurstof hebben, met name voor de hersenen is het essentieel om beschadigingen te voorkomen. Als een kindje vaak brady’s heeft krijgt het cafeïne als medicijn om dat te voorkomen.

Open Ductus Botalli

Een kind in de baarmoeder heeft een verbindingsader tussen de aorta en de longslagader, omdat het door de placenta al voorzien is van zuurstof, en de longen nog niet werken. Die ader heet de (open) Ductus Botalli, en sluit kort na de geboorte. Als een baby (veel) te vroeg wordt geboren, is dat sluiten niet zo vanzelfsprekend. Soms sluit hij wel maar niet goed.

Het gevolg is dat het bloed dat al met zuurstof verrijkt is, terugstroomt naar de longslagader, maar dat bloed kan geen zuurstof meer opnemen omdat het al voorzien is. Het hartje van het kind moet er wel extra hart door werken en dat is natuurlijk niet goed. Soms wordt geprobeerd de Ductus alsnog te laten sluiten door het verminderen van vocht. Er zijn ook medicijnen die kunnen helpen. Vaak werkt dit voldoende en hoeft er niet ingegrepen te worden.

Als de baby er te veel last van heeft (benauwd, infecties van de luchtwegen) kan er ook met een kleine operatie ingegrepen worden waarbij de ader wordt dichtgemaakt . Deze operatie kan vaak op de afdeling zelf worden gedaan. De trend is echter om (langer) af te wachten en niet in te grijpen.

Huid

Grootste orgaan

De huid wordt wel het grootste orgaan van de mens genoemd. Een veelvoorkomende verschijnsel, vooral bij te vroeg geboren kinderen, is het aardbeihemangioom.

Mogelijke complicaties

Hemangioom

Je ziet vaker bij te vroeg geboren kinderen dan bij op tijd geboren kinderen een hemangioom, ook wel een aardbeivlek genoemd. Het is een kluwen van bloedvaatjes die heel dicht aan de oppervlakte liggen. Als een kind eraan gaat krabben of als het op een andere manier ‘stuk’ gaat, kan het erg bloeden en geïnfecteerd raken. Door druk uit te oefenen kan de bloeding worden gestopt, maar zorg daarbij wel voor uiterste hygiëne! In het algemeen groeit een hemangioom zo’n negen maanden door; daarna wordt het geleidelijk kleiner, dunner en bleker. De kleinere verdwijnen, de grotere kunnen lange tijd, soms altijd een beetje zichtbaar blijven.

Lever

Bilirubine

Bij elke pasgeborene daalt het aantal rode bloedcellen, en daardoor komt de stof bilirubine vrij. Die moet door de lever worden verwerkt en via ontlasting en urine uitgescheiden. Als de lever nog niet voldoende is ontwikkeld, lukt dat niet goed en een te hoog bilirubine-gehalte kan schadelijk zijn voor de hersenen en het gehoor. Het kind wordt daardoor gelig. Veel kindjes worden ook een beetje suf, maar andere zijn onrustig en reageren heftig op allerlei prikkels.

Door het toepassen van fototherapie daalt het bilirubinegehalte. Soms daalt het bilirubinegehalte onvoldoende, dan wordt er een wisseltransfusie (bloedtransfusie) toegepast.

Hersenen

Complexiteit

De hersenen zijn waarschijnlijk het meest complexe orgaan van het menselijk lichaam. In de hersenen huizen de intelligentie, de herinnering, gedachten, gevoel, maar ook het aansturingscentrum van alle functies in het menselijk lichaam. Daarvoor is ook het hele zenuwstelsel van belang. Het is natuurlijk niet de bedoeling hier een wetenschappelijke verhandeling te geven over de bouw en functies van de verschillende onderdelen van wat er onder de schedel zit. We stippen hier alleen een paar dingen aan die voor de groei en ontwikkeling van de hersenen van met name een prematuur geboren kind belangrijk kunnen zijn.

Mogelijke complicaties

Onrijpe hersenen

De hersenen van een ongeboren kind worden al in een zeer vroeg stadium van de zwangerschap aangelegd, maar de groei en ontwikkeling ervan gaat nog heel lang door: tot vele jaren na de geboorte. Goede voeding, niet roken en geen alcohol/drugs zijn essentieel voor de goede ontwikkeling van de hersenen van de foetus tijdens de zwangerschap. Het verlaagt de kans op vroeggeboorte, verhoogt het geboortegewicht en stimuleert de hersenontwikkeling. Het kind heeft minder kans op gedragsproblemen, ADHD, concentratieproblemen, verbetert zijn schoolprestaties en verkleint de kans op vetzucht op latere leeftijd.

Iedereen weet dat de hersenen een grillig oppervlakte hebben, vol kronkels en vouwen. Dat is zo, omdat daarmee de oppervlakte van de hersenen wordt vergroot, en daarmee wordt het aantal zenuwcellen in de hersenen groter. De hersenen bestaan uit miljarden zenuwcellen, die onderling met elkaar communiceren.

Die groeven en windingen hebben de hersenen niet vanaf het begin. Tot ongeveer 7 zwangersschapsmaanden zijn de hersenen glad. Er is dus minder oppervlakte dan bij een voldragen kind. Dus ook minder zenuwcellen en minder verbindingen tussen de hersencellen. Doordat er minder verbindingen zijn kunnen de hersencellen minder goed presteren.
Sterker nog: aan de hersenen worden hogere eisen gesteld dan aan de hersenen van een ongeboren kind in dezelfde fase, de baby maakt heel wat mee en heeft veel problemen te overwinnen waar de kwetsbare hersenen vaak een leidende rol in spelen.

Gevolgen van zuurstofgebrek

De hersenen zijn het orgaan dat het gevoeligst is voor zuurstofgebrek. De behandeling van ademhalingsproblemen is dan ook van belang om een zuurstoftekort in de hersenen te voorkomen. Daarbij moet de bloeddruk van te vroeg geboren baby’s goed in de gaten gehouden worden. Deze kan nog erg schommelen, en ook bloeddrukdalingen kunnen tot zuurstofgebrek in de hersenen leiden. Uiteraard moet het bloed ook voldoende zuurstof bevatten. De mogelijkheid bestaat dat bij een tekort hersencellen beschadigd raken, of afsterven. Dat laatste heet een herseninfarct. Op de echo zijn dan kleine holtes in het hersenweefsel te zien op de echo. Deze holtes worden ook wel cysten genoemd, en kunnen in beide hersenhelften voorkomen.

Het nare is dat deze cellen niet vervangen worden. Wel is het vaak zo dat andere hersencellen de functies van die beschadigde of afgestorven cellen overnemen.
Wat de gevolgen zijn van een dergelijke beschadiging is moeilijk te zeggen. Dat hangt natuurlijk van de grootte ervan af. Ook kan het zijn dat de beschadiging ‘diffuus’ is, dat wil zeggen dat er op (veel) plekjes cellen verdwenen zijn – dit is niet of nauwelijks te zien, zelfs niet op een MRI-scan. Als die beschadigingen eventueel wel te duiden zijn, kan de arts eventueel iets zeggen over de kansen op gevolgen hiervan, en op welk gebied dan. Als er cysten zijn, zal de arts je vertellen dat de kans bestaat dat je kind spastisch is, meestal in de benen, of dat het een verstandelijke beperking heeft. Als de cysten zeer uitgebreid zijn loopt het kind ook risico visuele problemen te krijgen.

Flaring

Bij de routinematig verrichtte echografie van de hersenen wordt gekeken naar het echosignaal. Vloeistof (hersenvocht) laat al het geluid door en wordt als ‘zwart’ beoordeeld, bij de echo spreekt men dan van ‘echolucent’. Het bot (schedel) laat geen geluid door en wordt ‘wit’ bij echografie. Hersenweefsel zit er wat betreft het echosignaal tussenin. Als er veranderingen in het hersenweefsel plaatsvinden worden deze bij de echo gezien als ‘witte’ gebieden, of in echotermen ‘toegenomen echogeniciteit’. Zowel bloedingen maar ook gebieden van verminderde doorbloeding (ischaemie) worden met de echo herkend als gebieden van ‘toegenomen echogeniciteit’. De plaats waar deze ‘witte’ gebieden worden gezien helpt ons onderscheid te maken tussen bloeding dan wel ischaemie.

Het begrip ‘flaring’ wordt vaak gebruikt bij de echografie van de schedel en is een wat onduidelijk begrip. Het duidt op gebieden van ‘toegenomen echogeniciteit’, waarbij het aanvankelijk niet duidelijk is, of dit van voorbijgaande aard is (reversibel) of dat dit langere tijd aanwezig zal blijven. Alleen door regelmatig schedelecho’s te herhalen wordt dit met de tijd duidelijk. Als de ‘flaring’ minder dan een week bestaat, dan gaat men ervan uit dat de echorijke gebieden een uiting zijn geweest van stuwing van de vaten in de witte stof. Men gaat ervan uit dat niet tot latere problemen zal leiden. Indien de ‘flaring’ na een week nog steeds duidelijk zichtbaar is, dan lijkt iets meer aan de hand te zijn en gaat men uit van gebieden van ischaemie, wat kan duiden op ‘periventriculaire leukomalacie’ een beeld, dat wordt gekenmerkt door verweking van de witte stof, rondom de ventrikels (in het Grieks betekent leukos = wit en malacie = verweking).

Bij het langer herhalen van de schedelecho’s zien we meestal dat de ‘flaring’ die langer dan een week blijft bestaan ook nog geleidelijk aan wegtrekt. Bij een zeer gering aantal kinderen zien we in de loop van de tijd, na 2 tot 4 weken, kleine met vocht gevulde holtes (cysten) in de gebieden van ‘flaring’ ontstaan. In het laatste geval spreken we van cysteuze leukomalacie, een ernstige aandoening met een grote kans op motorische problemen, met name als er veel cysten zijn.

De betekenis van de ‘flaring’ die langer dan een week bestaat, maar niet leidt tot cystenvorming is lastiger. Deze bevindingen zijn frequent en worden bij 15-20% van de te vroege geboren kinderen (< 32 wk) gezien. Er lijkt sprake van een milde vorm van leukomalacie. In meerdere studies is aangetoond dat er een kleine kans (5-10%) bestaat op het ontwikkelen van motorische problemen, maar als deze motorische problemen ontstaan, blijkt dat ze beduidend minder ernstig zijn in vergelijking met de problemen in de groep waarbij cysten zijn gezien.
Soms zal er aanvullend MRI (magnetische resonantie) onderzoek worden gedaan om de echoveranderingen nog beter in beeld te brengen. Onderzoek uit het LUMC gaf aan dat er een goede overeenkomst was tussen de ‘flaring’ bij echografie en de MRI bevindingen.
Omdat er wat betreft de uitkomst zo’n groot verschil is tussen de kinderen die wel/niet cysten ontwikkelen, is het van belang de schedelecho’s te herhalen (1x / 7-10 dagen) totdat de ‘flaring’ is verdwenen.

(Bron: Prof. Linda de Vries, neonatoloog/kinderneuroloog WKZ)

Hersenbloeding

Een hersenbloeding is meestal niet het gevolg van onrijpheid van de hersenen, maar van onrijpheid van het vaatstelsel en van veranderingen in de bloeddruk van het kindje. Deze twee factoren zijn een ongelukkige combinatie. Door een scheurtje in het bloedvat kan er bloed in de ventrikels (hersenholtes) stromen (intraventriculaire hersenbloeding). Ook bij ernstige ziekteverschijnselen zoals RDS kunnen bloedvaten in de hersenen beschadigd raken.
Een hersenbloeding wordt meestal gezien met een echo, die via de fontanel van de hersenen wordt gemaakt. Het kan ook dat de hersenbloeding wordt gezien op een CT-scan of MRI-scan.

Voor ouders is het schrikken als ze horen dat er een hersenbloedinkje is gezien, maar gelukkig heeft het in de praktijk lang niet altijd fatale gevolgen. Sommige hersenbloedingen zijn heel klein en hebben geen merkbare gevolgen. Het is natuurlijk belangrijk hoe groot de bloeding is en waar die precies zit. De grootte van de bloedingen zijn ingedeeld in vier gradaties, waarbij in gradatie I en II nauwelijks kans op blijvende gevolgen is. Bij grote bloedingen, gradatie III en IV kunnen de kinderen heel ziek zijn ze kunnen dan zelfs in een shock raken, of stuipen of ernstige ademhalingsstoornissen krijgen.

Een grote, zich snel uitbreiden­de hersenbloeding kan fataal zijn. Ook als de hersenen te weinig doorbloeding krijgen (bij te lage bloeddruk of bij een ernstige infectie) kan dit gevaar opleveren. De gebieden in het hersenweefsel rondom het deel dat te weinig doorbloed is (de witte stof van de hersenen) krijgen dan te weinig zuurstof. Dit kan uiteindelijk resulteren in PVL. Dit staat voor periventriculaire leucomalacie (letterlijk: ziek worden van de witte stof in de ruimte rondom de hersenkamertjes). Indien deze witte stof licht beschadigd is, kan dit nog herstellen. Maar als de schade groter is kan het hersenweefsel dat niet meer en kunnen zich er cystes of holtes in vormen. Als dit gebeurt, kan het ernstige gevolgen voor de motorisch ontwikkeling hebben. Soms zijn ook het zien en het gehoor betrokken.

Soms kunnen artsen hier een voorzichtige voorspelling van doen, maar meestal is de inschatting hiervan heel moeilijk. Het kan zijn dat pas maanden later duidelijk wordt of en wat de gevolgen zijn. Bij ernstige bloedingen is spasticiteit één van de meest voorkomende gevolgen. Aangezien de bloeding vaak eenzijdig is, komt de spasticiteit later ook vaak voor in één lichaamshelft.

Hersenbloedingen kunnen worden opgespoord door echo-onderzoek. Als bij een kind het risico op een hersenbloe­ding of op een afwijking in de witte stof groot is, wordt zo’n onderzoek regelmatig herhaald.

Na verloop van tijd zullen de meeste hersenbloedingen ‘oplossen’. Dat betekent niet dat er geen gevolgen (meer) zullen zijn, maar slechts dat het bloed weer is opgenomen door het lichaam.

Bloed

Circulatie

Het bloed brengt zuurstof (uit de longen) en voedingsstoffen (uit de darmen) naar de organen, inclusief naar het hart, longen en hersenen. En omgekeerd voert het ook weer afvalstoffen af. Bloed is in een menselijk lichaam ontzettend belangrijk.

Een kleine baby heeft natuurlijk weinig bloed en het kost veel energie om rode bloedlichaampjes aan te maken en je kind heeft die energie ook nodig om te groeien en gezond te worden of te blijven. In dit opzicht is het vervelend dat het bloed zoveel kan aantonen dat artsen het graag willen ‘ontleden’ omdat ze daaruit goed kunnen aflezen hoe het met het kindje gaat. Infecties – die altijd op de loer liggen? Bilirubine? Daarom wordt nog wel eens bloed afgenomen, meestal via een hielprikje. Als er vaak bloed moet worden afgenomen, kan dat ook via een lange lijn (aterielijn), het voordeel hiervan is dat je kindje niet steeds geprikt hoeft te worden. Daarnaast verliest het kindje soms bloed als er bijvoorbeeld een infuusje moet worden aangelegd.

Daarom komt het nog wel eens voor dat een kind een bloedtransfusie nodig heeft. Een lusteloos, bleek kindje knapt daar meestal van op! Als je kindje een aantal weken oud is, wordt eventueel ijzer gegeven om de bloedaanmaak te bevorderen.

Infecties

Antistoffen

Kinderen die zo vroeg geboren worden, zijn extra kwetsbaar voor infecties. Juist in de laatste drie maanden van de zwangerschap krijgen ze veel antistoffen van de moeder mee, en deze kinderen lopen dat dus mis. Moedermelk helpt het eigen afweersysteem te ondersteunen.

Het voorkómen van infecties is het belangrijkste, vandaar de vele extra hygiënische maatregelen. Mensen met een besmettelijke aandoening, zoals een verkoudheid, een keelontsteking, griep, een ontstoken wondje of bijvoor­beeld iemand bij wie in de buurt waterpokken heerst, mogen niet op de afdeling komen. Om die reden worden broertjes en zusjes die nog geen waterpokken hebben gehad, vaak van de afdeling geweerd. Waterpokken kunnen voor pasgeborenen levensgevaarlijk zijn!

Er zijn ernstige en minder ernstige infecties, en ze zijn niet altijd te voorkomen.

Mogelijke infecties

Ooginfectie

Ooginfecties komen bij prematuren vaak voor. Meestal is het niet ernstig, maar het kan wel vrij lang duren voordat de oogjes weer mooi en schoon zijn.

Huidinfectie

Huidinfecties zijn meestal goed te zien. Door de besmettelijkheid kunnen ze zich snel uitbreiden en kan het kind heel ziek zijn. Er kan zelfs een sepsis uit ontstaan.

Bloedvergiftiging/Sepsis

Een sepsis is hetzelfde als een bloedvergiftiging en meestal heel ernstig. Na bloedafname voor een bloedkweek (waarbij je meestal 24 uur op de uitslag moet wachten) krijgt je kind direct antibiotica. Het hangt van de soort bacterie en de weerstand van het kind af, hoe ziek het ervan kan zijn. In heel ernstige gevallen lukt het soms niet het leven van het kind te behouden. Het kan ook zijn dat je kind als gevolg van de sepsis gehandicapt raakt.

Longontsteking

Longontsteking is soms moeilijk te onderscheiden van RDS. Bij een bewezen longontsteking, maar ook in twijfelgevallen, krijgt het kind antibioticum.

Hersenvliesontsteking

Hersenvliesontsteking kan uit een sepsis ontstaan. Een hersenvliesontste­king wordt aangetoond door middel van een ruggenprik. Het kind krijgt ook nu zo snel mogelijk antibioticum.

Necrotiserende EnteroColitis (NEC)

Een ernstige darminfectie. Zie ‘spijsvertering’.

Sluiten