Ervaringsverhalen van anderen uit de Care4Neo Community kunnen je herkenning bieden, realiteit en hoop.

Vrouwen die vrouwen laten groeien

Vrouwen die vrouwen laten groeien

Geschreven door vader Erwin Bel

Ik ben de vader van Evie. Het verhaal dat ik wil vertellen begon op een doodgewone avond. Mijn dochter riep plotseling vanaf haar zolderkamer: “Papa, papa, we zijn in hetzelfde ziekenhuis geboren!” Ze bedoelde haar beste vriendin Natascha en zichzelf. Vanaf dat moment wist ik: dit moet worden opgeschreven.

Er zijn verhalen die zo raken dat ze gedeeld moeten worden. Dit is een verhaal over toeval en vriendschap. Over kwetsbaarheid en kracht. Maar bovenal is het een verhaal over vrouwen. Vrouwen die op de achtergrond hun kennis, hun zorg en hun tijd inzetten om anderen te laten groeien. Vrouwen die vanuit hun professie, maar vooral vanuit hun diepe betrokkenheid, anderen helpen vrouw te worden. Dit is een ode. Van een vader.

De slaapkamer
Het is een zaterdagavond. Natascha logeert bij ons, zoals wel vaker. Evie en zij zijn onafscheidelijk sinds groep 3 op Bartiméus, de school voor blinde en slechtziende kinderen. Die avond hoor ik hun stemmen tot diep in de nacht. Fluisterend, giechelend, de dag steeds opnieuw beleefd.

Als ik de slaapkamerdeur open, zie ik ze liggen. Opgerold tegen elkaar aan, in een te kleine anderhalve slaper. Twee meisjes, verbonden op een manier die verder gaat dan gewone vriendschap.

Evie heeft moeite met haar zicht en met het verwerken van visuele prikkels. Door zuurstoftekort vóór haar geboorte liep ze hersenschade op. Natascha kent een andere oorzaak, maar een vergelijkbare uitkomst: drie hersenbloedingen als pasgeborene. Wat hen bindt is niet hun beperking, maar hun kracht. Hun empathie, hun sociale sensitiviteit en hun doorzettingsvermogen. Sinds hun eerste ontmoeting zijn ze elkaars spiegel en anker. Dat is nooit veranderd.

Een gedeelde oorsprong
Wanneer Evie die avond zegt dat ze in hetzelfde ziekenhuis geboren zijn, begint er iets te dagen. Ik vraag Natascha waar zij lag. “Het Wilhelmina Kinderziekenhuis,” zegt ze. “Op een afdeling… iets met ‘Neon’.” “Neonatologie?” vraag ik. “Ja, high intensive care.”

Mijn hart slaat over. “Daar lag Evie ook.”
Dan vraag ik: “Ken je mevrouw De Vries?”

Natascha knikt. Mijn vrouw Geraldine en ik kijken elkaar aan. Professor De Vries, de vrouw die Evie’s leven redde in die eerste cruciale weken na haar geboorte. En Natascha? Diezelfde vrouw had ook haar behandeld. Na navraag blijkt: dezelfde periode, eind september 2003. Twee meisjes, twee couveuses, vier meter van elkaar vandaan. En jaren later: in dezelfde klas, in hetzelfde bed, elkaars leven diep verweven.

Terug naar het ziekenhuis
Het voelt alsof we terug moeten. Niet om het verleden op te rakelen, maar om te laten zien hoe ver ze gekomen zijn. Ik stel voor om professor De Vries te laten zien hoe goed het met ze gaat. De meisjes knikken.

In de hal van het ziekenhuis wacht een kleine, elegante vrouw. Professor De Vries. Ze straalt rust uit, maar ook iets onwrikbaars. Ze herkent de meisjes meteen, stelt vragen en luistert aandachtig. Daarna neemt ze ons mee naar de afdeling waar het ooit begon.

We wassen onze handen en blijven bij de deuropening staan. Op de achtergrond worden nieuwe jonge levens gered. Alsof we terugkeren naar een hoofdstuk dat ooit met angst begon, en dat we nu met trots mogen herlezen.

“Kijk,” zegt ze, “Evie lag hier links. Natascha daar, rechts. In dezelfde drie weken.” Vier meter afstand. Twee levens die elkaar toen nog niet kenden, maar nu onlosmakelijk verbonden zijn. “Een wonder,” zegt ze.

Voor de meisjes voelt het anders. Dit is gewoon hun leven. “Iedereen heeft wat,” zeggen ze vaak. En als ze me aankijken, weet ik: ook ik heb mijn dingen.

Onderwijs en doorzetten
De jaren gaan voorbij. De meisjes worden vrouwen. Ze zijn nu 21. Ze ronden hun middelbare school af bij Bartiméus en stromen door naar het reguliere onderwijs. Dat is geen vanzelfsprekendheid. Het systeem is vaak niet ingericht op studenten met een beperking. Wat voor anderen eenvoudig is, vraagt van hen dubbele inzet. 

Toch geven ze niet op. Ze blijven bellen, blijven uitleggen en blijven elkaar steunen. Ze vieren successen en vangen elkaar op als het tegenzit. Nu zijn ze toe aan de laatste fase van hun opleiding: de lange stage. En opnieuw blijken niet hun talenten, maar de randvoorwaarden het obstakel.

Ik bel met Jorieke Streef, directeur bij Bartiméus. Ze kent de meiden, hun kracht en de realiteit waarin ze zich bewegen. “Wir schaffen das,” zegt ze. En ze meent het. Enkele weken later belt ze terug: Evie mag stage lopen op de afdeling P&O. De opluchting en blijdschap in haar ogen vergeet ik nooit. 

De slaapkamer – opnieuw
Niet veel later hoor ik Evie roepen vanaf haar kamer: “Papa! Natascha loopt ook stage bij Bartiméus!” Ik ren naar boven. Natascha is aangenomen als leraar-assistent.

En daar zijn ze weer. Samen. In hetzelfde gebouw. Net als toen. Net als altijd. Ze lopen samen door de gangen, lunchen samen en wisselen ervaringen uit. En ik? Ik kijk toe. Verwonderd. Dankbaar, als vader.

De vrouwen achter dit verhaal
Dit verhaal is geen toeval. Het is het resultaat van vrouwen die zagen wat mogelijk was, en die verantwoordelijkheid namen. Professor De Vries, die levens redde met kennis én menselijkheid. Jorieke Streef, die deuren opende en open bleef houden. 

Vrouwen die niet in de spotlights staan, maar levens veranderen. Aan een ziekenhuisbed, in een klaslokaal of achter een bureau. Niet voor applaus, maar omdat ze weten: als ik niets doe, gebeurt er niets.

Een ode
Ik kijk naar mijn dochter en haar beste vriendin. Twee jonge vrouwen die hun weg vinden in een wereld die niet altijd meebeweegt. Maar ze bewegen zelf.

Dit verhaal draag ik op aan mijn vrouw Geraldine. En in het bijzonder aan professor De Vries en Jorieke Streef. Vrouwen die vrouwen laten groeien.