Ons telefoon: (070) 38 62 535 Ons e-mailadres: info@care4neo.nl

Bevalling

Bevalling

Voorbereiden op de bevalling

Soms gaat het snel, en mag je blij zijn dat je op tijd in het ziekenhuis bent. Van enige voorbereiding is dan geen, of in het beste geval nauwelijks sprake. Dat dit voor de ouders bijzonder verwarrend is, is duidelijk. Voor je gevoel ben je nog lang niet aan een bevalling toe, maar soms moet het kind snel geboren worden en dan gaat alle zorg en aandacht daarnaar uit.

Maar soms is het lang vantevoren duidelijk dat een te vroege bevalling zal gaan plaatsvinden. Vaak moet de a.s. moeder worden opgenomen in het ziekenhuis, en dat zal bij voorkeur het ziekenhuis zijn waar ook de bevalling zal plaatsvinden. Dus bij een zwangerschap korter dan 32 weken, in een ziekenhuis met een NICU. Maar soms is het om andere redenen dan de zwangerschapsduur ook nodig dat een kind de intensieve zorg van een NICU krijgt. Vaak krijgt de moeder voor de bevalling weeënremmers om de bevalling uit te stellen en corticosteroïden om de longen van het kind te laten rijpen.

De gevoelens van de zwangere vrouw zijn vaak tegenstrijdig. Ze wil het kind aan de ene kant zo lang mogelijk bij zich houden, maar aan de andere kant kan ze er genoeg van krijgen, al die dagen in bed, een infuus, al die CTG’s, onderzoeken e.d.

Bevalling opwekken of remmen

Soms is ieder uur dat het kind in de baarmoeder kan blijven, meegenomen. Informatie over het remmen van een bevalling vind je onder weeënremmers.

Maar het kan ook zijn dat het beter is dat het kind geboren gaat worden. Dat kan weer te maken hebben met de toestand van het kind of van de moeder. Bijvoorbeeld, bij een loslatende placenta moet er zeer snel worden ingegrepen, meestal met een spoedkeizersnee onder volledige narcose.

Andere redenen voor het opwekken van een bevalling: hoge bloeddruk/pre-eclampsie/HELLP, ernstige groeiachterstand bij het kind, een infectie – bijvoorbeeld door gebroken vliezen. Er kan gekozen worden voor een keizersnee, maar soms ook voor een vaginale bevalling. Meestal krijgt de moeder dan weeënopwekkende medicatie.

Natuurlijke bevalling

Soms komt de bevalling heel plotseling en onverwacht, zelfs als de moeder al langere tijd in het ziekenhuis ligt. Maar het kan ook zijn dat je bijvoorbeeld ‘wat weeënactiviteit’ had en voor de zekerheid door de verloskundige naar het ziekenhuis bent gestuurd. (Het komt zelfs voor dat je thuis van een (zeer) prematuur bevalt…) Als de bevalling (heel) plotseling komt, komt het wel eens voor dat de moeder moet bevallen zonder dat de vader erbij is: hij heeft gewoonweg niet genoeg tijd gehad om op tijd in het ziekenhuis te zijn. Dat is uiteraard heel verdrietig voor iedereen en er zal dan ook alles op alles gezet worden om dit te voorkomen.

Maar het kan ook zijn dat het ‘heel gewoon’ verloopt: en met heel gewoon wordt dan bedoelt: volgens de verwachting. Weeën die gemeten worden op de CTG, en die toenemen. Naar een verloskamer gebracht, samen met je partner. Vaak nog kennismaken met de mensen die bij de bevalling aanwezig zullen zijn: een gynaecoloog, een kinderarts, een verloskundige, diverse verpleegkundigen. In een academisch ziekenhuis is het ook mogelijk dat er mensen bij zijn die nog in opleiding zijn, omdat de ervaring voor hun leerproces noodzakelijk is.

Naast een wiegje zal op de verloskamer ook een transportcouveuse aanwezig zijn, waarmee je kind naar de afdeling neonatologie wordt gebracht. Daarnaast is er een plek waar je kind direct na de geboorte onderzocht wordt.

TIP: vraag of die onderzoektafel vlak naast je kan staan. Het is lang niet altijd mogelijk je kind even vast te houden na de geboorte en zo kun je misschien wel naar hem kijken.

Een natuurlijke (vaginale) bevalling heeft nog altijd de voorkeur. Als er spontane weeën zijn en de ontsluiting komt goed op gang, is er geen reden om het niet op de natuurlijke manier te doen. De meeste prematuren, hoe klein ook, kunnen dat ook aan. Sterker nog: de stress die een natuurlijke bevalling bij het kind oproept, maakt hem sterker en dat kan hij goed gebruiken in de periode die nog volgt.

Er wordt wel gedacht dat een bevalling van een klein kindje makkelijker is dan van een grote baby. Dat is helaas lang niet altijd waar. De weeën zijn hetzelfde en omdat het kindje nog zo jong is, zul je bijvoorbeeld eerder ingeknipt worden zodat het meer ruimte heeft bij de bevalling.

Tijdens de geboorte worden de harttonen van het kind goed in de gaten gehouden. Vaak wordt het kindje direct na de geboorte onderzocht en geholpen: het kan zijn dat de ademhaling niet op gang komt. Als het nodig is, kan het kindje direct beademd worden.

Natuurlijk is het fijn als de moeder haar pasgeborene even bij zich mag hebben. Dat wordt wel nagestreefd, maar dat is helaas niet altijd, of soms maar een paar seconden mogelijk. Het is goed daar rekening mee te houden.

Keizersnede

Er kunnen verschillende redenen zijn om voor een keizersnede te kiezen. Dat kan te maken hebben met de ligging van het kind, of bijvoorbeeld als het kind in nood is. Maar het kan ook te maken hebben met de conditie van de moeder: bijvoorbeeld bij een ernstige HELLP is het vaak nodig dat er snel ingegrepen wordt en soms heeft de moeder ook niet meer de kracht om een normale bevalling te doorstaan. Ook kan er tijdens een normale bevalling die niet goed doorzet, besloten worden tot een keizersnede.

Uiteraard heeft een ruggenprik de voorkeur en in vrijwel alle gevallen mag de vader dan mee. Hij blijft bij het hoofd van de moeder staan tot het kind is geboren. Meestal gaat hij daarna mee als zijn pasgeboren kind onderzocht en eventueel geholpen moet worden. Hij kan dan later verslag uitbrengen aan de moeder.
Ook hier geldt, als het mogelijk is, vraag van te voren of het onderzoek van het kind bij de moeder kan gebeuren, zodat ook zij er iets van meekrijgt. Jij en je kind missen al zoveel: een normale geboorte, je kind kan niet bij je liggen na zijn geboorte, en soms moet het kind na de geboorte nog lange tijd doorbrengen op een neonatologieafdeling.

Als het kind in de transsportcouveuse naar de neonatologieafdeling wordt gebracht, mag hij meestal ‘even langs’ bij de moeder: hopelijk mag de couveuse dan ook even open zodat de moeder er tenminste een goede blik op kan werpen. Maar al te vaak is dit ook een kwestie van enkele seconden. Om je kind echt in je op te kunnen nemen, moet je vaak wachten tot je zelf naar de neonatologieafdeling wordt gebracht. Wel mag de vader meestal mee met het kind, maar hij kan er ook voor kiezen om bij zijn partner te blijven. Een moeilijke keuze!

Het kan ook dat er sprake is van volledige narcose. Meestal mag dan de vader ook niet mee. Hij wacht dan vaak in de ruimte waar het kind onderzocht gaat worden, zodat hij tenminste van dat gedeelte verslag kan uitbrengen aan de moeder. Vaak is hij dan ook aanwezig bij de opname van zijn kind op de neonatologieafdeling. Met een foto van hun pasgeboren kindje gaat hij weer naar de moeder.

Meestal mag de moeder, zodra ze van de uitslaapkamer weg mag, eerst even naar de afdeling neonatologie om haar pasgeborene goed te kunnen bekijken.

Sluiten