Ons telefoon: (070) 38 62 535 Ons e-mailadres: info@care4neo.nl

Ontwikkelingsgerichte zorg

Ontwikkelingsgerichte zorg

Wat is ontwikkelingsgerichte zorg?

In de tijd dat een kind in de couveuse ligt, en zeker op de afdelingen waar intensieve zorg gegeven wordt, staat de medische zorg voorop. Dat betekent dat het kind vaak geconfronteerd wordt met negatieve prikkels: onderzoeken, echo’s, sondes die moeten worden ingebracht, infusen die moeten worden aangelegd, bloed dat moet worden geprikt, neusjes moeten worden uitgezogen. Daarnaast moet de baby natuurlijk worden verzorgd, verschoond en gevoed.

Daar komt nog bij dat de te vroeg geborene niet meer geborgen wordt door de moederschoot, min of meer opgerold in het donker, maar in een situatie waarbij het kind onderhevig is aan zwaartekracht, licht en geluid. Al met al geen goede omgeving voor een kind om zich optimaal te ontwikkelen.

Op vrijwel alle neonatologieafdelingen in Nederland wordt tegenwoordig geprobeerd op de een of andere manier rekening te houden met het ritme en de ontwikkeling van het kind zelf. Dus: als de arts een onderzoek wil doen, maar het kind slaapt, wordt het uitgesteld. Er is aandacht voor stress, comfort en pijn, er wordt geprobeerd te voorkomen dat het kind schrikt. Het kind wordt uitgebreid getroost als het pijn heeft of verdrietig is en ook tijdens een pijnlijke of stressvolle behandeling. Bij voorkeur wordt een kind altijd door twee mensen verzorgd, waarbij de een (bij voorkeur een van de ouders) de volle aandacht voor het kind zelf heeft en het kind ondersteunt. Overbodig geluid wordt vermeden, de couveuse wordt afgedekt om geluid en licht te dempen, er is aandacht voor de ligging van het kind in een ‘nestje’ (cuddle) zodat het kind zich geborgen en gesteund voelt. Daarnaast is er veel aandacht voor de ouders: zij worden zoveel mogelijk betrokken bij de zorg voor het kind.

Het Wilhelmina Kinderziekenhuis heeft een filmpje gemaakt, waarin wordt toegelicht hoe je als ouder er kunt zijn voor je vroeggeboren kind:

Waarom ontwikkelingsgerichte zorg?

Binnen de neonatologie wordt steeds duidelijker dat in de zorg voor de zieke en/of te vroeg geboren baby rekening gehouden moet worden met de behoefte van elke individuele baby en de relatie met zijn ouders. Dat heet ontwikkelingsgerichte zorg.

Ontwikkelingsgerichte zorg is erop gericht je baby te beschermen tegen voor hem onnatuurlijke omgevingsprikkels. Te vroeg geboren kinderen ervaren veel stress op een neonatologieafdeling. Er gebeurt veel met deze kinderen, die eigenlijk nog veilig in de baarmoeder hoorden te zitten. Daar hadden ze nog moeten zwemmen in het vruchtwater. Nu liggen ze op een matrasje, moeten ademen, worden blootgesteld aan geluid en licht. Hun hele spijsverteringskanaal wordt getraind om voedsel via maag en darmen te verwerken. Onontkomelijk, maar in feite zijn ze er nog niet aan toe. Ontwikkelingsgerichte zorg houdt zo goed mogelijk rekening met de ontwikkelingsfase waarin het kind zich bevindt. In de moederbuik ziet het kind alleen door de huid gedempt licht: dus wordt het licht in de couveuse en ook op de afdeling gedempt. In de moederbuik ligt het kind in een gebogen houding, dus dat wordt aangepast in de couveuse: het kind wordt daarbij ondersteund.

Het is goed om zoveel mogelijk te kangoeroeën, zodat het kind de geur van zijn moeder (of vader) opsnuift en de vertrouwde hartslag hoort. Als het kind wakker wordt (of soms, ondanks alles, gewekt wordt), krijgt het de tijd om even te wennen aan die andere staat, zonder dat er meteen begonnen wordt met de verzorging of behandeling. Dit wordt altijd gedaan door twee mensen, bij voorkeur met een van de ouders en bijv een verpleegkundige. Tijdens de verzorging of behandeling wordt de tijd genomen voor het kind, om te troosten of steun te geven (zelfs als het ‘alleen maar’ gaat om het verschonen van de luier). Na de verzorging blijft er nog iemand even bij de baby, in alle rust, om hem vertrouwen te geven dat het weer klaar is.

Dit zijn maar voorbeelden van ontwikkelingsgerichte zorg, het totale pakket omvat veel meer. In feite gaat het niet om strakke regels, maar een voortdurend kijken naar het kind en nadenken over waar het kind in deze fase aan toe is.

Effecten van ontwikkelingsgerichte zorg

In 2008 is het effect onderzocht van Ontwikkelingsgerichte zorg bij 51 te vroeg geborenen tussen de 25 en 30 weken oud, verdeeld in twee groepen. De ene groep kreeg wel ontwikkelingsgerichte zorg, de andere groep kreeg gewone, goede zorg. De 25 prematuren die ontwikkelingsgerichte zorg kregen, hadden minder echoafwijkingen, minder bloedingen en schade door zuurstoftekort in de hersenen. De ontwikkelingsgerichte zorg leidde niet tot verschillen in de neurologische status of groei op tweejarige leeftijd, maar mogelijk kan het meetmoment te vroeg zijn geweest of spelen andere factoren een rol.

Uit dit onderzoek bleek ook dat ouders erg tevreden zijn over deze zorg. Ze hebben het idee dat hun kind in goede handen is en dat is belangrijk. De ouders moeten verder met hun kind en weten nu wat hun baby prettig vindt.
Wat ook belangrijk is, is dat de verpleegkundigen – voor wie de invoering van ontwikkelingsgerichte zorg ingrijpende veranderingen met zich mee bracht – enige tijd na de invoering ervan ook tevreden waren over de methode. Dat was een verrassing, want voor hen was het een grote omslag in de manier van werken. Verpleegkundigen moeten bij OGZ meer samenwerken en hun eigen agenda loslaten. Even snel een kindje verschonen is er niet meer bij. Toch is het gevoel dat het uiteindelijk niet meer tijd kost: het kindje is sneller rustig en huilt minder en daardoor zijn er minder alarmen. De verpleegkundige kan dus geconcentreerder met een ander kind werken.

Newborn Individualized Development Care en Assessment Program (NIDCAP)

NIDCAP is een gespecialiseerde vorm van ontwikkelingsgerichte zorg en meer dan dat alleen. De afkorting staat voor Newborn Individualized Development Care en Assessment Program. Wat het toevoegt aan ‘gewone’ OGZ, zijn de observaties van het kind. Het kind wordt geobserveerd voor, tijdens en na bijvoorbeeld het verschonen. In totaal moeten 85 punten gecontroleerd worden.

Ligt het kind er stil en slap bij of begint het juist te huilen, trekt het ruggetje krom? Wat is de kleur van de huid, hoe is zijn hartslag? Spant hij zijn vuistjes aan? Kan hij zichzelf herstellen, of moet hij daarbij geholpen worden (door bijvoorbeeld zijn handje bij zijn mondje te brengen, zodat hij erop kan sabbelen). Zo kom je erachter wat je baby aankan, wat hij prettig vindt en wat niet en hoe je je kindje het beste kunt beschermen. Een observatie en het maken en bespreken van het zorgplan nemen ongeveer een dag in beslag en moet iedere zeven tot tien dagen of bij een grote verandering herhaald worden omdat het kind niet hetzelfde blijft, maar zich ontwikkelt en groeit.

Meepraten en -beslissen

Ouders willen graag voor hun kind zorgen, maar durven dat vaak niet omdat hun kind zo klein en kwetsbaar is. Ze zijn bang iets verkeerds te doen. Maar ouders zijn juist heel belangrijk. Zij zijn de vaste, betrouwbare factor in het leven van hun kind. Verpleegkundigen, artsen en andere professionals wisselen elkaar af (al wordt geprobeerd steeds dezelfde verzorgers bij hetzelfde kind in te roosteren). Daarom zal worden geprobeerd jou, als ouder, binnen de moeilijke omstandigheden van de neonatologieafdeling toch je rol als ouder leren op je te nemen.
Jij wordt de expert in de zorg voor je eigen kind Jullie zijn immers de meest belangrijke personen in het leven van je kind, jullie houden van je kind.

Als ouder maak je deel uit van het team rondom je kind, sterker nog: je vertegenwoordigt je kind. Als je beseft dat jij en je partner de ouders zijn van dit kind, als je je kind hebt leren kennen, kun je dat ook aan. Dan leer je beseffen dat het om jullie kind gaat en dat jullie ook weten wat hij wil.

Op dat moment zul je je een volwaardig partner in het zorgteam rondom jouw kind voelen en het ook zijn. Als ouder ga je steeds meer beslissingen nemen en met de professionele zorgverleners samenwerken in de zorg rondom jullie kind, de professionals moeten je daarbij natuurlijk goed informeren. Dat gevoel is de eerste stap naar het volledig overnemen van de zorg voor je eigen kind. Soms is dat best moeilijk: je hebt al zoveel aan je hoofd, en de zorg voor je zieke kindje is niet eenvoudig. Er zijn zoveel termen en apparaten en mogelijkheden waar je nog nooit over nagedacht hebt. Als je iets niet begrijpt, vraag gerust om uitleg – ook als dingen je al meerdere malen zijn uitgelegd.
Vaak bedenk je thuis dingen waar je over twijfelt, waar je onzeker over bent of wat je anders wilt in de zorg voor je kind. Aarzel niet om dit met de professionele zorgverleners te bespreken.

Leer je kind kennen

In de couveuse ligt de baby in de meeste ziekenhuizen in een nestje, toegedekt met een lakentje. Vaak ligt er ook een doek over de couveuse om je baby tegen het licht te beschermen. Als je voorzichtig en langzaam de doek iets opzij schuift om felle lichtinval te voorkomen en het deurtje van de couveuse openmaakt, is dit het moment om goed naar je kind te kijken. Door stil aanwezig te zijn, ondersteun je je baby omdat hij je aanwezigheid voelt. Je kunt hem ook laten weten dat je bij hem bent door hem met zachte stem te begroeten.

Als je lang naar je baby kijkt, leer je zien welke aanwijzingen hij je geeft. Hoe slaapt hij, hoe wordt hij wakker of hoe reageert hij op je stem? Je kind herkent immers je stem vanuit de tijd dat hij nog in je baarmoeder zat, dat geldt ook voor de stem van de vader!

Als je baby slaapt, laat hem dan langzaam wakker worden. Je kunt hem aanraken door je vlakke hand(en) op hem te leggen. De meeste baby’s ervaren een stevig maar voorzichtig vasthouden met stille handen als kalmerend en prettig. Door (te) lichte aanrakingen en strelen van de huid kan je baby juist geïrriteerd en opgewonden raken.

Aanraken is – net als kangoeroeën – belangrijk voor de wederzijdse hechting.

Kangoeroe├źn / buidelen

Als je als ouder de gelegenheid krijgt om huid-op-huid contact te maken met je baby , zonder de barrière van de glaswand, is dit een moment dat je niet snel zult vergeten. Kangoeroeën, waarbij je baby op je borst ligt, is een unieke ervaring die zorgt voor gevoelens van veiligheid en vertrouwen tussen jou en je kind. Het wederzijds contact met je kind wordt gevoed door de warme aanraking, reuk, geur en het stemgeluid. Op deze wijze raak je als ouder meer vertrouwd met je baby.

Je baby ligt, met alleen een luier aan en eventueel een mutsje op tegen afkoelen, tegen je blote borst (dus zonder beha). Een katoenen shirt met een voorsluiting is het makkelijkst en ook comfortabel voor je kindje). Je baby ligt met zijn borst tegen de jouwe, de beentjes opgetrokken en daar komt een warme doek overheen.

Buidelen - Vader 2

Als je zachtjes praat als je baby wakker is, zul je zien dat hij zich omhoog richt naar je stem. Hoe dichter het mondje van je kind bij je tepel komt, hoe eerder hij uitgenodigd zal worden om contact te maken met je borst en te ruiken dat daar zijn voeding is. Dit is dan ook de eerste stap op weg naar borstvoeding, als je kind nog te klein of te jong is om zelf te drinken en nog afhankelijk is van sondevoeding.

Kangoeroeën is in vrijwel alle omstandigheden mogelijk, óók als je kind nog volledig beademd wordt. Het is niet vermoeiend voor de baby, integendeel: onrustige kinderen worden er vaak rustig van en vallen in slaap. Het enige dat stress kan veroorzaken, is het overleggen van het kind uit de couveuse op je borst, en het terugleggen. Vandaar dat je het alleen moet doen als je er zelf ook echt de tijd voor hebt en neemt. Bij kangoeroeën geldt echt: hoe langer hoe beter! Je kindje kan ook gevoed, verzorgd en verpleegd worden op je borst (hoewel er ziekenhuizen zullen zijn die daar bezwaar tegen maken).

De tijdsduur van het kangoeroeën wordt bepaald door de stabiliteit van je baby en door hoe comfortabel je je als ouder voelt. Het kan van één tot meerdere uren variëren. Het is raadzaam om in de voorbereiding met de verpleegkundigen te overleggen welk tijdstip voor jullie en je baby het beste lijkt. Dit geeft je als ouder de mogelijkheid om je tijd in het schema van de zorgverlening rondom je kind in te passen.

Lichaamstaal van je kind

In het begin denk je misschien dat je baby niets kan vertellen, maar niets is minder waar. Een kind gebruikt geen gesproken taal maar lichaamstaal. Elke baby heeft zijn eigen unieke lichaamstaal die zich na de geboorte voortdurend verder ontwikkelt. Ouders moeten die taal leren verstaan, zodat ze zien welke ontwikkelingsmogelijkheden hun kind heeft. De verpleegkundige kan je hierbij helpen. Zij kan je wijzen op kleine dingen in de houding van het kind, zoals hoe het zijn handjes houdt, wat veel kan vertellen over hoe het kind zich voelt. Gebalde vuistjes? Gespreide vingertjes? Een los, open handje dat zich makkelijk om je vinger sluit?

Daardoor leer je de taal van je kind herkennen en leer je de taal van je kind ook spreken. Je kunt hem de liefde en aandacht geven die je baby nodig heeft voor zijn ontwikkeling.
Bovendien leer je genieten van zijn unieke karakter en temperament. Ook heb je als ouder de unieke taak je eigen kind te knuffelen en te troosten tijdens het verzorgen, de medische handelingen en onderzoeken. De verpleegkundigen zullen je stap voor stap begeleiden om actief te zijn in de zorg van je eigen kind. Meer lezen over lichaamstaal bij pasgeborenen? Hier is ook een mooi boek verkrijgbaar, ook over lichaamstaal bij prematuur geboren kinderen: Baby in Beeld.

Omgevingsfactoren

De omgeving en verzorging worden zoveel mogelijk aangepast aan de behoeften van het kind en zijn ouders. Dat is vaak het meest in het oog springende onderdeel van ontwikkelingsgerichte zorg, het maakt er zeker deel van uit, maar het is slechts een onderdeel. Wanneer je geen contact maakt met de baby tijdens de verzorging, dan is het onvoldoende als je alleen het licht en geluid aanpast. Een kap over de couveuse maakt nog niet dat er OGZ gegeven wordt. Maar natuurlijk is het belangrijk dat je kind zo min mogelijk onnodige prikkels krijgt en dat het comfortabel in de couveuse kan liggen.

Licht

Zo’n twintig jaar geleden lagen kindjes nog dag en nacht in het volle licht: belangrijk, want de verpleegkundige wilde het kind kunnen zien. In die tijd werd nog niet zoveel aandacht besteed aan comfort van de baby. Nu is dat minder noodzakelijk door de continue monitoring van de baby’s en we weten dat je baby last heeft van die overdaad aan licht. De oogleden zijn nog dun en laten veel licht door. Daarnaast kunnen de pupillen van kindjes jonger dan 30-34 weken nog niet samentrekken, dat is gewoon nog niet ontwikkeld. Veel licht geeft veel stress aan je baby en dat heeft gevolgen voor zijn gedrag, zijn stabiliteit, het bioritme, het slaap/waakritme (dat nog helemaal niet aangepast hoeft te zijn aan dag/nachtritme) en zelfs op de groei en de hechting. Ook plotselinge veranderingen in de hoeveelheid licht ervaart een pasgeborene – en vooral een prematuur – als stressvol.
Bij gedimd licht zie je dat een baby makkelijker zijn oogjes opendoet en dan ook beter de aandacht kan vasthouden.

Tegenwoordig worden de couveuses afgeschermd met hoezen en open bedjes hebben vaak een hemeltje dat dichtgevouwen kan worden. Deze hoezen schermen het kind af van visuele prikkels waardoor het rustiger is. Vaak zitten ook nog de gordijnen voor de ramen dicht en is het vrij schemerig op de afdeling, ook overdag. Natuurlijk brandt er niet meer dag en nacht tl-licht, maar kan de verlichting gedimd worden. De ontwikkelingsfase van een prematuur is natuurlijk ook een situatie met sterk gedimd licht door de huid van de moederbuik.

De ziekenhuizen hebben meestal zelf hoezen voor over de couveuse, maar misschien is het een idee om er zelf een te maken? Zodat de omgeving van jullie kindje ook wat persoonlijker wordt? Vraag dan wel even wat de speciale eisen ervoor zijn. Mogelijk kan ook een strandlaken of een babydekentje voldoen.

Als je bij je kindje komt, is het natuurlijk wel goed om niet in een keer die hele hoes eraf te halen: dan is de overgang veel te groot. Rustig aan, zodat je kindje langzaam aan meer licht kan wennen.
En mocht je de luxe hebben van een couveusesuite, waar je 24 uur per dag bij je kind kunt zijn, denk er dan ook aan om het flitsende, scherpe licht van computer en televisie af te schermen!

Dit alles gaat niet meer op als je kind de à therme leeftijd bereikt, dus vanaf de dag dat hij geboren had moeten worden. Vanaf die tijd heeft een kind genoeg licht nodig om een normaal zicht te ontwikkelen. Dat geldt dus ook voor zieke, op tijd geboren kinderen die op een neonatologieafdeling zijn opgenomen.

Een bijzondere situatie is natuurlijk nog als een kind ‘onder de blauwe lamp’ (fototherapie) ligt. De oogjes van het betreffende kind worden afgeschermd met een stoffen brilletje maar ook de andere baby’s in de omgeving moeten beschermd worden tegen invallend licht.

Geluid

Een baby in de baarmoeder kan de laatste drie maanden van de zwangerschap al best goed horen, maar het geluid bereikt hem via het vruchtwater dat een dempende werking heeft. Het geluid op een neonatologieafdeling is van heel andere orde.

Er is altijd geluid, voortgeplant via de lucht – zonder die dempende werking dus. De couveuses zelf maken geluid, net zoals de alarmen van de monitoren, de beademingsmachines, de infuuspompen. Er zijn menselijke geluiden: er wordt gesproken, mensen lopen rond, doen kasten open en dicht, een telefoon die gaat… Er wordt dan ook veel aan gedaan om dat te proberen te beperken: zachtjes praten, geluiddempende laden en deuren, schoeisel met zachte zolen. Professionals die elkaar erop wijzen zachtjes te praten. Te vroeg geborenen zijn sneller afgeleid en hebben de steun van ouders en verzorgers nodig om de aandacht vast te kunnen houden, wat in een omgeving met veel geluid bemoeilijkt wordt.

Een lawaaiige omgeving heeft (en dat is wetenschappelijk bewezen!) een negatief effect op de groei van de hersenen, dat zou een oorzaak kunnen zijn van latere aandachtsproblemen. Daarnaast verstoort het de slaap en de hartslag van prematuren en vormt het een aanslag op zijn energie. En last but not least: te veel geluid beschadigt het gehoor.

Daarnaast is ook onderzocht en bewezen dat een lawaaiige omgeving een negatief effect heeft op de zorgverleners op de NICU.

Nestje / snuggle

Een baby in de moederbuik wordt begrenst door de wanden van de baarmoeder. Dat is prettig, die begrenzing geeft een gevoel van veiligheid. Om dat na te bootsen, ligt de baby in een nestje of wordt ondersteunt door rolletjes. Er zijn ook kant-en-klare nestjes (snuggles) te koop, in een U-vorm, met twee banden erover. De baby ligt met zijn rug tegen een van de opstaande randen, de beentjes gebogen. Als de baby de beentjes strekt, voelt het de zachte weerstand van de rand. De onderste band moet over de heupen van de baby liggen en de bovenste band over een schouder. Die nestjes kunnen gemaakt worden door opgerolde hydrofielluiers en/of moltons. Om de vorm te behouden kunnen er bijvoorbeeld knuffels tegen aangelegd worden.

Verzorging

Je kindje heeft natuurlijk niet alleen verpleging en medische zorg nodig, maar moet ook verzorgd worden. Het moet regelmatig worden verschoond, gevoed en er moet worden gezorgd voor het comfort van de baby. In het begin vinden veel ouders het moeilijk om zelf voor hun kindje te zorgen: een kindje in de couveuse is nog zó kwetsbaar!

Iedere vorm van verzorgen dient (net als de medische en verpleegkundige zorg) met rust en aandacht gebeuren, niet even snel snel tussen de bedrijven door, maar het is goed als er de tijd voor wordt genomen die nodig is om het kindje gerust te stellen en aan de handelingen te laten wennen. De verzorging van een kind is iets vooral voor de ouders. Soms vinden ouders het eng, je kindje lijkt (en is) zo kwetsbaar en klein. Maar het is goed en fijn om zelf iets voor en met je kindje te doen, zeker de dingen die alle ouders doen.

Luier verschonen

Een luier verschonen, bijvoorbeeld: het komt meerdere malen per dag voor en lijkt heel simpel, maar het is vermoeiend en onoverzichtelijk voor je kindje. Hoe doe je dat? De verpleegkundige zal het je voordoen en je helpen. Ze zal je laten zien wat er allemaal klaar moet liggen, zodat het verschonen zelf rustig kan gebeuren. Er moet worden gezorgd dat het kindje niet teveel kan afkoelen en eventueel gezorgd worden voor afschermen van een lichtbron die in de oogjes valt. Eventueel – als het kindje het aankan – kunnen ervoor of juist erna andere activiteiten gepland worden, zodat je kindje daarna rustig kan slapen (bij voorkeur op de borst van een van de ouders). Soms is het voor een kindje teveel om meerdere activiteiten achter elkaar te plannen: dan moet dat natuurlijk juist worden voorkomen! Als je daaraan twijfelt, maak het dan bespreekbaar! Je ziet natuurlijk nogal eens dat een kindje plast of zelfs poept tijdens een voeding: het is jammer als je hem net voor de voeding verschoont hebt en deze stressvolle handeling nog een keer moet gebeuren voordat je baby weer rust krijgt. Aan de andere kant is het juist goed een baby met rust te laten na de voeding, omdat een kindje nog wel eens kan gaan spugen.

Een van de ouders is de ondersteuner van het kindje: laat het je vinger vasthouden, leg een hand tegen het ruggetje of de billetjes (als het kindje op de zij ligt), onder de voetjes of op het hoofdje. Het is het mooist als het kindje op de zij kan liggen tijdens het verschonen, dan kan het kindje zichzelf het beste onder controle houden. De andere ouder (of de verpleegkundige) maakt zachtjes de luier los in gelijkmatige bewegingen en zorgt dat de plakstrip niet tegen de baby plakt. De billetjes worden van voor naar achter schoongemaakt met wattenbolletjes of met gaasjes en verwarmd water. Daarna de luier onder de billetjes schuiven en zeker niet het kind aan de beentjes omhoog tillen! Het hoeft nietlangzaam, maar moet wel rustig te gebeuren. Degene die de luier vervangt, kijkt goed naar het kindje en ziet of het kindje het nog aankan. Eventueel een pauze inlassen is aanbevolen.
Na het verschonen wordt de baby weer comfortabel neergelegd (of op de borst van een van de ouders!) en tenminste een van de verzorgers blijft bij hem om te zien of het kindje zichzelf onder controle heeft. Het is goed om dit een kwartiertje later nog even te controleren.

Ondersteuning

Als je bij je baby komt, kijk je goed naar zijn gezichtje. Niet alleen omdat hij jou dan kan zien, maar er is ook veel uit af te lezen van hoe hij zich voelt. Is hij op zijn gemak, voelt hij zich prettig? Is hij onrustig, misschien moe? Probeer je baby eerst gerust te stellen door tegen hem te praten en hem rustig aan te raken. Laat hem zien dat je er bent, en dat je er voor je kindje bent. Ondersteun je kindje en geef hem de tijd om aan je aanwezigheid te wennen.
Als je je baby gaat verzorgen, zorg er dan altijd voor dat je met zijn tweeën bent. Met je partner, of samen met een verpleegkundige. Dan kan de één de verzorgende handelingen uitvoeren en de ander is voortdurend beschikbaar om het kind te steunen en gerust te stellen. Vertel je kind op rustige toon wat er gebeurt: natuurlijk kan hij het niet verstaan, maar de manier waarop het verteld wordt, stelt hem gerust. De verzorgende persoon beweegt ook in een kalm tempo, zelfs als er spoed vereist is. Een huilend kind kost in feite meer tijd!

Als er een pijnlijke handeling verricht moet worden – en dat overkomt een kind op deze afdeling nogal eens – kan er rekening mee gehouden worden door bijvoorbeeld de plek waar geprikt moet worden te verwarmen, je kunt je kind laten zuigen (op je vinger, een fopspeen en het beste natuurlijk: aan de borst). De verpleegkundige kan je kindje ook sucrose geven, of een huidverdovende zalf gebruiken voor het prikken. Pijnbestrijding is vooral effectief als dat gebeurt voordat de pijn begint. Daarom is het niet acceptabel om af te wachten en pas ‘zo nodig’ pijnstillende middelen te gebruiken.

Maak de couveuse persoonlijk

Zeker als je kindje langer in het ziekenhuis moet blijven, is dit toch zijn eerste ‘babykamer’ – zelfs al is het maar een of twee vierkante meter op de afdeling. Het is zijn eigen plekje! Veel mensen vinden het dan ook fijn om er een persoonlijke plek van te maken. Misschien handig om even te overleggen met de verpleegkundige, maar dan kun je denken aan een eigen hoes over de couveuse (zelf of door een handige oma of vriendin genaaid?) , een strandlaken kan ook voldoen, of bijvoorbeeld een dekentje van het ledikantje. Je kunt het geboortekaartje op de couveuse plakken, maar ook een mooie tekening gemaakt door een broertje/zusje of zelfs een mooi gedicht of een mooie gedachte? In veel ziekenhuizen mag je een (goed wasbare) knuffel bij je kindje leggen, of wat dacht je van een geurdoekje (een pas gewassen zacht doekje een tijdje in je beha stoppen en daarna in de couveuse leggen – een troost voor je kindje als je niet bij hem bent. Wel dagelijks omwisselen! En liever geen witte doekjes gebruiken, die raken zoek in de was).

Webcam

In veel ziekenhuizen is tegenwoordig de mogelijkheid naar je kindje te kijken via de webcam. Fijn, om altijd een blik op je baby te kunnen werpen als je niet bij hem in de buurt kunt zijn. Bovendien kun je je kind ‘real time’ aan je vrienden laten zien. Er zitten wel een paar kanten aan die je bewust moet zijn. ‘Contact’ via de webcam is natuurlijk een zeer eenzijdig contact: je kunt je kindje zien – maar meer ook niet. Het vervangt op geen enkel moment jouw fysieke contact met je baby.

Daarnaast kan het zo zijn, dat de webcam even uitgezet wordt op momenten dat je kindje verzorgd wordt, dit in verband met de privacy van de verpleegkundige of arts. Het kan zijn dat je net op dat moment inlogt en bij sommige mensen slaat de schrik om hun hart: wat is er aan de hand? Misschien alleen een schone luier? Of je ziet dat je kind huilt – en dat het langer duurt dan je verwacht en hoopt voordat er iemand reageert.

Sommige mensen zijn makkelijk met het geven van de inlogcode en wachtwoorden, anderen zijn daar een stuk voorzichtiger mee. Wat je ook doet, zorg dat je het goed afstemt met je partner, en vergeet niet dat de collega die kan inloggen, de gegevens ook weer verder door kan geven aan anderen. Uiteindelijk kunnen mensen die je amper kent, zonder dat je het weet naar jouw kindje kijken!

Sluiten