Ons telefoon: (070) 38 62 535 Ons e-mailadres: info@care4neo.nl

Voeding

Voeding

Je kindje kan waarschijnlijk nog niet vanaf het begin aan de borst drinken en heeft wellicht ondersteuning nodig bij het drinken. Hieronder kan je lezen met welke typen voeding je te maken kan krijgen.

Sondevoeding

Een pasgeboren prematuur kind heeft nog niet de mogelijkheid om zelf te drinken. Het is namelijk best ingewikkeld: zuigen, vervolgens de vloeistof naar achter in je mond bewegen, dan slikken – en tijdens het slikken kun je even niet ademen! Een kind jonger dan (ongeveer) 33 weken al deze ‘handelingen’ nog niet. Met hulp van een sonde, een dun slangetje dat via de neus of mond rechtstreeks naar de maag gaat, wordt de spijsvertering langzaam op gang gebracht. Het kind krijgt bij voorkeur moedermelk, en als die er niet is, kunstvoeding. Door kleine beetjes voeding via de sonde toe te dienen kunnen maag en darmen langzaam aan voeding wennen: het begint met hele kleine beetjes, soms een halve cc per uur of per twee uur. Tot die tijd wordt het kind gevoed met een voedingsinfuus, rechtstreeks in de bloedbaan, oftewel de parenterale voeding. Maar als er meer voeding via de maag en darmen gaat, kan het voedingsinfuus eraf. In veel ziekenhuizen leren ouders om zelf de sondevoeding te geven, en soms ook om de sonde in te brengen.

Vanaf ongeveer 30/32 weken (zwangerschapsduur) wordt af en toe geprobeerd of het kind rechtstreeks kan drinken, aan de borst of uit de fles. Het begint met een paar slokjes, de rest krijgt het kind nog door de sonde. In de meeste gevallen lukt het om te drinken uit de borst of fles en wordt de sonde er in het ziekenhuis uitgehaald.

Als het niet lukt om zelf alle voedingen te drinken, dan gaat met kind met de sonde mee naar huis.

Kunstvoeding

Soms lukt het kolven niet, of soms heb je gewoon geen borstvoeding. Of er is een andere reden dat je kind geen borstvoeding kan krijgen, zoals medicijngebruik. Het kan ook zijn dat je het niet op kunt brengen om naast alles wat je doormaakt ook nog te kolven – daar hoef je je niet schuldig over te voelen, dat kan een goede keuze zijn voor jou – en dus ook je kind ten goede komen. Moedermelk kan belangrijk zijn, de conditie van de moeder is dat zeker ook.

Als het allemaal niet lukt, of als je niet genoeg kunt kolven, is er gelukkig ook kunstvoeding beschikbaar. Er zijn kunstvoedingen die speciaal gemaakt zijn voor prematuren en voldoende voedingstoffen bevatten om de prematuur te laten groeien.

Er wordt voor prematuur geboren kindjes speciale kunstmatige zuigelingenvoeding gemaakt, die verrijkt is met wat het kind nodig heeft: extra eiwit, extra koolhydraten en een op een prematuur afgestemde hoeveelheid vitaminen (denk aan vitamine D) en mineralen als calcium en fosfaat. Ook wordt er veel onderzoek gedaan om de kwaliteit van deze voedingen nog te verbeteren en ze steeds meer te laten gelijken op moedermelk. Flesvoeding mist echter altijd een aantal elementen die van nature in borstvoeding voorkomen en die niet na te bootsen is.
Ook als je kind naar huis mag, kan het nog een tijdje aangepaste prematurenvoeding krijgen, die de kinderarts zal voorschrijven.

Borstvoeding

Voor alle zuigelingen geldt dat moedermelk de allerbeste voeding is, maar voor te vroeg geboren kinderen is het nog belangrijker dat zij vanaf de eerste dag moedermelk te drinken krijgen. Juist voor een prematuur kind, omdat door de vroege geboorte het kind weinig of geen immuniteit van de moeder heeft meegekregen, en dat door moedermelk toch nog kan inhalen. Uit onderzoek blijkt dat een kind dat borstvoeding krijgt minder vaak een infectie krijgen, dus ook minder vaak een sepsis of een NEC doormaken.
In moedermelk zitten voedingsstoffen die een kind nodig heeft om zich goed te kunnen ontwikkelen, zoals bepaalde vetten die helpen bij een goede hersenontwikkeling.

Veel moeders vinden het ook een fijn idee dat hun kind groeit van haar melk: dit is iets wat zij alleen kan geven. Als je kind in de couveuse ligt, moet je het al vaak aan de zorg van anderen overlaten, maar dit is iets wat alleen jij kunt doen. Bovendien geef je je kind iets extra’s mee: moedermelk heeft een beschermende werking. Moedermelk draagt bij aan de gezondheid van je kind, niet alleen nu, maar ook voor later. Er is veel bekend over de vele goede eigenschappen van moedermelk, er zijn veel organisaties die borstvoeding promoten. Hier vind je het protocol: Borstvoeding en Prematuur.

Het vraagt nogal wat doorzettingsvermogen van de moeder om in deze situatie de borstvoeding op gang te krijgen. Dit geldt zeker als het kind nog te klein is om zelf rechtstreeks uit de borst te drinken en er dus gekolfd moet worden. En het vraagt veel geduld en adequate kennis van de zorgverleners die betrokken zijn bij de zorg voor deze moeders en hun kinderen.

Overigens wordt er aan de afgekolfde melk vaak nog wel BMF (Breast Milk Fortifier) toegevoegd, daarin zitten extra calorieën, koolhydraten, eiwitten, vitaminen en mineralen. Dat kan natuurlijk alleen als het kind (een deel van ) de voeding via een sonde krijgt.

Drinken aan de borst is natuurlijk het allermooiste, maar een prematuur of ziek kind heeft er vaak de kracht niet voor, en bij te jonge kinderen is de zuigreflex nog te zwak. Het zal een kind pas lukken als het 32-34 zwangerschapsweken oud is. Wel zal je kindje tijdens het kangoeroeën op zoek naar de bron gaan, snuffelen aan je borst en misschien ook de tepel in het mondje nemen. Daarmee krijgt je kind wel allerlei sensorische prikkels (tast, reuk, warmte, auditief en visueel) tegelijkertijd aangeboden, die hij later, als hij echt gaat drinken, herkent en dan kan hij er ook motorisch (door middel van het drinken) op reageren.
In het begin zal je kindje nog maar een kleine hoeveelheid uit de borst drinken. Het is een ingewikkelde bezigheid: hij moet zuigen, de voeding naar de achterkant van zijn mond transporteren, en dan slikken, waarbij hij zijn ademhaling moet kunnen coördineren om te voorkomen dat er voeding in de luchtpijp komt. Soms zie je dan een saturatiedaling ontstaan
(bij borstvoeding minder dan bij flesvoeding) en de baby moet die daling kunnen opvangen. Te premature baby’s kunnen dat nog niet, kunnen een forse saturatiedaling (‘ dippen’) krijgen, raken buiten adem en krijgen het benauwd wat tot een apneu en bradycardie kan leiden.

Kolven

Als je kindje nog niet aan de borst kan drinken, kun je de melk afkolven. Om melk te kunnen afkolven zijn twee hormonen van belang: prolactine voor de melkproductie en oxytocine om de melk naar de tepel te brengen (toeschietreflex). Prolactinesecretie wordt gestimuleerd door zuigen en het goed legen van de borst. Oxytocineproductie wordt gestimuleerd door zuigen, maar ook door psychologische factoren zoals het zien, ruiken, voelen of denken aan de baby. De toeschietreflex wordt negatief beïnvloed door angst, spanning, pijn van tepelkloven, vermoeidheid, zorgen en veel onrust rondom de moeder tijdens het kolven of voeden.

Snel starten

Het is goed om zo snel mogelijk met kolven te beginnen, liefst binnen het uur. In het begin zul je nog niet veel kolven, misschien maar een paar druppels. Laat je niet ontmoedigen en gooi die paar druppels ook niet weg met het idee dat je kindje daar niets aan heeft. Je baby heeft nog niet veel nodig en juist die eerste druppels (colostrum) bevatten waardevolle stoffen.
In principe moet je net zo vaak kolven als je kindje drinkt. Dat betekent 8 tot 12 keer per dag, maar in de praktijk is dat niet haalbaar.

Vraag in het ziekenhuis begeleiding voor een goede start van het kolven en ook het geven van borstvoeding in deze specifieke situatie.

De meeste melk komt tijdens de eerste minuten van kolven, zeer langdurig kolven is daarom niet zinvol en erg vermoeiend. Tien tot vijftien minuten per keer is voldoende. De toeschietreflex kan bevorderd worden door tijdens het kolven naast de baby te zitten, liefst in een rustige omgeving of te kolven direct na het bezoek aan de baby of kijkend naar een foto/video van de baby of via de webcam. De borsten warm maken of zachtjes masseren tijdens het kolven kan de toeschietreflex ook bevorderen. De melkproductie komt de eerste dagen op gang, het is normaal dat er slechts kleine beetjes worden gekolfd. Dit neemt geleidelijk aan toe. Ook de melkproductie kan per keer erg wisselen, dit is niets om je zorgen over te maken.

Soorten kolven

Je kunt met de hand kolven – dat is de meest natuurlijke manier – maar ook met een apparaat, al dan niet elektrisch. Er zijn ook elektrische kolven waarmee je je linker- en rechterborst tegelijk kunt kolven. Dat scheelt tijd.
Met de hand kolven is voor moeders die heel incidenteel kolven en verder alleen voor de grootste doorzetters haalbaar.
Een handkolf is meestal ook te zwaar voor moeders die moeten kolven voor een kindje dat nog niet zelf kan drinken en dat meerdere weken moet volhouden. Als de melkproductie nog niet goed op gang is, is een elektrische kolf de beste keuze. Kies een kolf waar jij je het prettigst bij voelt, want die werkt het beste.

Doorzetten

Het is verstandig om niet te stoppen als er voldoende melk is voor de baby, maar de borsten goed leeg te kolven. Anders is er grote kans dat de melkproductie eerder terugloopt. Hulp bij het kolven in de beginperiode is van belang om tepelkloven te voorkomen. Ook steun en hulp van de vader en de omgeving is belangrijk om het kolven te laten slagen. Soms kan het helpen om een neusspray met oxytocine te gebruiken om de toeschietreflex te stimuleren (gebruik dit soort middelen alleen in overleg met de artsen/lactatiekundige van de afdeling. Soms mogen deze middelen niet gebruikt worden, omdat je kind bepaalde medicijnen krijgt).
Kolven vergt veel van de moeder, het is onnatuurlijker en veel minder bevredigend dan het kind aan de borst hebben en het is ook erg vermoeiend. Anderzijds vinden veel moeders het erg belangrijk om moedermelk te kunnen geven. Heel veel zorg voor de baby word je als moeder uit handen genomen terwijl het geven van moedermelk iets is wat alleen de moeder voor de baby kan doen. Daarom is het van belang om goed te overleggen over het kolven. Daarbij staat niet alleen het belang van de borstvoeding voorop, maar het is goed ook de conditie van de moeder hierbij te betrekken.

Hygiëne

Afkolven en sondevoeding verminderen de kwaliteit van de voeding. Door het kolven van voeding kunnen er bacteriën in de voeding komen. Dit is door goede hygiënische maatregelen te voorkomen. Onder goede hygiënische omstandigheden kan melk 24-28 uur in de koelkast bewaard worden. Als de melk langer bewaard moet worden is het beter deze in te vriezen. Moedermelk kan dan drie maanden bewaard worden.
Het bewaren van de voeding en het geven via een sonde kan de concentratie van afweerstoffen en verschillende voedingstoffen in de voeding verminderen: zo verdwijnen witte bloedcellen bij invriezen, blijft vet aan de voedingssonde en toedieningsspuit kleven en verdwijnt vitamine C als de voeding lang aan licht wordt blootgesteld. Door de voeding in porties te geven en niet via een continue voedingsspuit en door de voeding af te schermen tegen licht, kan dit worden tegengegaan.

Als kolven niet lukt

Ondanks alle inspanningen zal het lang niet altijd lukken om de prematuur geboren baby alleen moedermelk te geven – soms zelfs helemaal niet – en is aanvulling met kunstvoeding noodzakelijk. Er zijn kunstvoedingen die speciaal gemaakt zijn voor prematuren en voldoende voedingstoffen bevatten om de prematuur te laten groeien. Ook wordt er veel onderzoek gedaan om de kwaliteit van deze voedingen nog te verbeteren en ze steeds meer te laten gelijken op moedermelk. Deze speciale prematurenvoeding kan gebruikt worden totdat de baby naar huis kan. Er is ook speciale kunstmelk voor je kindje als hij eenmaal thuis is.

Meer informatie

Informatie over kolven kunt je krijgen bij de Vereniging Borstvoeding Natuurlijk. Hier zijn ook folders over afkolven van moedermelk en over borstvoeding voor een couveusekind verkrijgbaar. Ook de lactatiekundige kan je verder helpen.

Bron: Kleine Maatjes, D. van Zoeren, neonatoloog Isalaklinieken Zwolle

EXTRA: Moedermelkbank

In Amsterdam is in november 2011 een pilotproject begonnen met donormoedermelk: de Moedermelkbank. Deze is bedoeld voor ernstig prematuur geboren kinderen waarvan de eigen moeder om welke reden dan ook niet in staat is om zelf te voeden of te kolven.
Aan de andere kant zijn er ook moeders die nog niet lang geleden bevallen zijn en die genoeg melk over hebben nadat hun eigen kind gevoed is. Deze moeders zijn bereid hun melk af te kolven en beschikbaar te stellen aan de Moedermelkbank. Uiteraard gaan hier strenge medische keuringen aan vooraf.
Op dit moment wordt een dubbelblind onderzoek gedaan dat eerst wetenschappelijk moet aantonen dat donormoedermelk voordelen heeft boven kunstvoeding, voordat dit landelijk wordt doorgevoerd. Aan dit onderzoek doen beide NICU’s in Amsterdam en nog enkele andere NICU-ziekenhuizen mee.

Sluiten